Vrijwel elke jongere gebruikt AI; opvoeder moet aan de bak
In dit artikel:
Vrijwel alle reformatorische scholieren gebruiken inmiddels kunstmatige intelligentie; dat blijkt uit onderzoek van Driestar Educatief dat op dinsdag is gepresenteerd onder 1.336 jongeren van 10 tot 24 jaar. AI is zelfs doorgedrongen in de hoogste groepen van de basisschool. De drie belangrijkste toepassingen zijn: uitleg of informatie bij huiswerk, ideeën voor opdrachten en het maken van een begin of opzet van een tekst. Het gebruik binnen de reformatorische gemeenschap wijkt niet af van het landelijke beeld.
De onderzoekers trekken twee opvallende conclusies: jongeren lopen vaak ver voor op hun ouders en leraren wat AI-vaardigheid betreft, maar hun toetsing en kritische blik blijven achter. Slechts de helft van de respondenten controleert of vraagt naar bronnen van de door AI geleverde informatie. Daarnaast ontbreken bij veel ouders en onderwijsgevenden duidelijke regels of kaders voor AI-gebruik.
Daarom pleit Driestar voor actieve AI-opvoeding door zowel ouders als leerkrachten: niet om technologie te verbieden — wat volgens lector Piet Murre geen reële optie is — maar om jongeren te begeleiden en grenzen te stellen. Opvoeders hoeven geen experts te worden, maar moeten voldoende kennis hebben om de leefwereld van jongeren te begrijpen en hen te helpen informatie te beoordelen. Murre waarschuwt ook dat AI-tools bepaalde onderliggende waarden kunnen doorgeven („links, liberaal, seculier en evolutionistisch”), wat om cultuurkritische duiding vraagt. Kortom: begeleiding en regels zijn nodig om van digitale vaardigheid ook digitale wijsheid te maken.