VivaTech: AI verlaat het scherm, wordt een kracht in de fysieke wereld
In dit artikel:
Op VivaTech 2026 in Parijs stond één boodschap centraal: kunstmatige intelligentie is niet langer een losse software-feature maar een drijvende kracht die productontwerp, fabrieksprocessen en kernactiviteiten ingrijpend verandert. Dat betoogde onder anderen Roland Busch (CEO Siemens), die AI vergelijkt met elektriciteit: een basistechnologie die alles erboven transformeert. Tegelijk klonk er zorg: Europa innoveert wel, maar de praktische toepassing blijft achter.
Sprekers legden uit waarom de belangrijkste beperking niet zozeer de algoritmes zelf zijn, maar de snelheid waarmee bedrijven AI daadwerkelijk implementeren. Xavier Jaravel (LSE) verwees naar een patroon dat Europa bij eerdere IT-golven vertraagde: slechts ongeveer twintig procent van het verschil met de VS komt door de techniek; de rest zit in diffusie — het vermogen van bedrijven om technologie in processen te integreren. Als Europa die les niet trekt, dreigt hetzelfde met AI te gebeuren.
Praktische voorwaarden om AI te laten landen kwamen meerdere keren terug: een degelijke technische stack (API’s, machineleesbare systemen), betrouwbare data en infrastructuur die verspreiding en opschaling mogelijk maakt — punten die Margaux Gregoir (vc Serena) benadrukte. Cultuur en leiderschap zijn minstens zo cruciaal: bedrijven waarvan de CEO AI begrijpt, nemen snellere strategische beslissingen over zelf bouwen of inkopen en behalen sneller resultaat.
De valkuilen zijn herkenbaar. Cedrik Neike (Siemens) waarschuwde voor een overvloed aan pilots die nooit opschalen, voor digitale eilandjes binnen organisaties en voor afdelingen die geïsoleerd aan tools werken, waardoor breed doorvoeren van voordelen stagneert. Op de arbeidsmarkt ziet Jaravel geen onoverkomelijk conflict: verlies van banen is beheersbaar mits er grootschalig bijscholing plaatsvindt.
Europees concurrentievoordeel ligt volgens meerdere deelnemers juist op het snijvlak van het fysieke en het digitale. Jeannette zu Fürstenberg (General Catalyst) wees erop dat Europa sterk is in fysieke systemen — robots, machines, componenten — en dat autofabrikanten en toeleveranciers hun expertise kunnen inzetten voor robotica en autonome installaties. Voorbeelden zoals defensiebedrijf Helsing tonen hoe fysieke AI in de praktijk kan werken, maar Helsing’s chief scientist Antoine Bordes waarschuwde dat meer investeringen nodig zijn en dat Europa nog steeds het tempo van China en de VS moet bijbenen.
Debatten over open versus closed modellen kwamen ook aan bod: AI-onderzoeker Yann LeCun pleitte voor open source-ontwikkelingen omdat open weights en openheid innovatie stimuleren — ervaring waarmee hij zelf bijdroeg aan open sourcing van modellen.
Op de beursvloer weerspiegelde dit alles zich in veel ‘praktische’ toepassingen van AI: geen spectaculaire gimmicks, maar efficiencyverbeteringen in productiemiddelen en agents. Een opmerkelijke uitzondering was de Nederlandse aanwezigheid, die dit jaar weinig start-ups of ecosysteempromotie toonde.
De Oranjezomer: Guido den Aantrekker over Frans Timmermans als Minister van Staat: 'Wat heeft hij gepresteerd?!'