Peter Siks: de techsector is geen zeepbel, maar de hoge kosten van AI worden voor beleggers steeds pijnlijker
In dit artikel:
De koersen van technologiebedrijven zijn flink opgelopen, maar dat hoeft niet puur het gevolg van een zeepbel te zijn: de sector laat ook sterke winststijgingen zien. Afgelopen kwartaal noteerde de S&P 500 een gemiddelde winstgroei van ruim 27 procent — veel hoger dan het historische gemiddelde van circa 8 procent — maar die groei wordt sterk bepaald door een handvol techreuzen zoals Nvidia, Microsoft, Alphabet en Amazon. Ongeveer 40 procent van de index hangt samen met bedrijven in AI, chipproductie en datacenters, waardoor tech de bredere Amerikaanse cijfers optilt. Europese indices, zoals de Stoxx 600, tonen een soberder plaatje met slechts circa 3 procent winstgroei door zwakte in onder meer de auto- en luxesectoren.
Een belangrijke motor achter de hoge winst per aandeel waren massale aandeleninkopen: in 2025 repatrieerden bedrijven meer dan duizend miljard dollar aan eigen aandelen, met Apple bovenaan. Die buybacks hebben de winst per aandeel en daarmee koersen gesteund. Die dynamiek verandert echter: grote techbedrijven pompen honderden miljarden in AI-infrastructuur. Voor 2026 wordt het investeringsvolume op zo’n $725 miljard geschat en waarschijnlijk hoger, waardoor beschikbare middelen moeten worden verdeeld en inkoopprogramma’s afnemen.
Voor beleggers betekent dit dat de automatische steun van buybacks minder vanzelfsprekend wordt. Techbedrijven verschuiven hun focus van het terugkopen van aandelen naar zware kapitaaluitgaven voor hardware en datacenters — kortom, minder ‘aandeelhoudersverstrekker’, meer ‘bouwers’ in de AI-race. Auteur Peter Siks is zelfstandig beleggingsexpert en schrijft op persoonlijke titel; hij werkt parttime voor broker LYNX.