Hoe programmeurs de AI-schok overleven. „Ik ben een cowboy, en die cowboy heeft nu meer gereedschap"
In dit artikel:
Bij AFAS zorgt de snelle opmars van geavanceerde taalmodellen voor onrust onder programmeurs. Directeur Bas van der Veldt zegt dat sommige medewerkers zich persoonlijk geraakt voelen: na jaren opgebouwde expertise lijkt die plots minder uniek. Het kantelpunt kwam afgelopen december, toen het AI-bedrijf Anthropic het model Claude Opus 4.6 presenteerde; volgens Van der Veldt ging het “geleidelijk, en toen heel plotseling” — de modellen worden nu sterk in het programmeren getraind en leveren snel bruikbare code van hoog niveau.
Ontwikkelaars zoals Geert Schouten merken dat hun taken zijn verschoven. Waar zij vroeger veel zelf code schreven, typen ze nu korte instructies in een chatbox en controleren ze de output: vaak is 90% meteen goed, maar de resterende delen moeten zorgvuldig worden nagekeken. Die verandering roept twijfels op over professionele relevantie en identiteit, maar Schouten ziet ook voordelen: hij kan zelfstandig taken uitvoeren waar voorheen meerdere collega’s voor nodig waren.
Collega Wilco de Fijter bevestigt dat de eenvoudige klusjes grotendeels verdwijnen en het werk complexer en geconcentreerder is geworden. Veiligheidsexpert Sam Haeck waarschuwt dat AI soms “shortcuts” neemt die tot beveiligingsfouten kunnen leiden, waardoor mensen verplicht zijn alle gegenereerde code grondig te controleren. Die controle is intensief en stelt nieuwe eisen aan technische en veiligheidskennis.
AFAS stimuleert breed gebruik van AI binnen het familiebedrijf van zo’n 700 medewerkers en wil geen tegenkracht bieden tegen de ontwikkeling. Van der Veldt trekt een historische vergelijking met 19e-eeuwse wevers: wie de nieuwe techniek begrijpt, behoudt zijn plek. Tegelijkertijd waarschuwt hij dat taalmodellen zich blijven ontwikkelen en later ook andere beroepen — bijvoorbeeld advocaten — sterk kunnen beïnvloeden.
Kortom: AI verhoogt de productiviteit en verandert het werkprofiel van programmeurs, maar roept existentiële vragen op, vergt extra toezicht op kwaliteit en veiligheid, en noodzaakt bedrijven en werknemers tot bijscholing en aanpassing.